Over Koarle

Koarle is de Godfather van de Flandriens

In het hart van de Vlaamse wielerziel leeft één naam voort als een mythische echo: Koarle, roepnaam van Karel Van Wijnendaele. Geboren als Carolus Ludovicus Steyaert in 1882, groeide hij op in armoede in het West-Vlaamse Torhout.

Maar waar zijn afkomst hem beperkte, bracht zijn koppigheid hem ver. Hij werd niet alleen sportjournalist en chroniqueur van het wielergebeuren, maar ook de visionair die Vlaanderen een koers schonk die zijn volk zou verheffen: de Ronde van Vlaanderen.

Gehard in modder en wind

In 1913 richtte Van Wijnendaele, onder zijn pseudoniem, het sportblad Sportwereld op, dat later zou opgaan in Het Nieuwsblad. Vanuit zijn redactiekamer smeedde hij de koers die tot vandaag als de hoogmis voor ‘t wielrennen wordt beschouwd.

Zijn pen was snijdend en poëtisch, zijn missie duidelijk: een podium creëren voor de Vlaamse renner, de werkmens, de “Flandrien” — gehard in modder en wind, met een hart van graniet.

Helden van het volk

Koarle geloofde in de morele waarde van afzien. Hij schilderde de renners niet als atleten, maar als helden van het volk. Hij bouwde aan een mythe, met woorden als staal. Zijn koppigheid was legendarisch; compromissen waren niets voor hem. Dat maakte hem even bemind als gevreesd.

Zijn Vlaams bewustzijn doorspekte zijn werk. Voor Koarle was wielrennen geen sport, maar strijd — een strijd voor erkenning, identiteit, fierheid.

Een eerbetoon aan Koarle

Vandaag leeft zijn geest voort in de fluitende wind over de Koppenberg en het gejuich langs de kasseien van de Paterberg. Geen naam siert de Vlaamse koersgeschiedenis treffender dan Koarle. Als merknaam is het meer dan een eerbetoon — het is een stempel van karakter, een eerherstel aan de ruwe schoonheid van doorzetting.

En wanneer tijdens de Ronde duizenden klauwende leeuwenvlaggen wapperen langs het parcours, is het alsof Koarle zelf opnieuw meefietst, tussen zijn volk, in de koers van zijn leven.